Vaarroute door De Alde Feanen

Nationaal Park De Alde Feanen bestaat voor het grootste gedeelte uit water. Vanaf het water krijg je een hele andere kijk op het natuurgebied. 

Deze vaarroute brengt je langs een aantal indrukwekkende plekken in De Alde Feanen: het monument voor het neergestorte vliegtuig ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, het huisje van het kluizenaarsstel Sietse en Maaike en verschillende vogelkijkhutten. Neem de tijd voor deze route en je zult versteld staan van alles wat je te zien krijgt!

Vaarroute door Nationaal Park De Alde Feanen

1. Earnewâld

Je vaart door het typisch Friese dorpje Earnewâld (NL: Eernewoude, ca. 400 inwoners). Vroeger een dorpje van boeren, vissers, rietsnijders en veenarbeiders. Het ligt geïsoleerd op een natuurlijke zandheuvel middenin het grote moeras. D

e eerste bewoning dateert uit de 13e eeuw. 
Hier vind ook de jaarlijkse écht Friese traditie “skûtsjesilen” plaats. Een zeilwedstrijd met oude vrachtschepen. Een prachtig evenement om bij te wonen. Kijk eens om je heen, zie je de skûtsjes liggen aan de kade?

2. Standbeeld Otter

Hier rechts zie je een standbeeld van de otter. Dit grote waterzoogdier was lange tijd uitgestorven in Nederland. De laatste werd in 1988 doodgereden. Omdat een moerasgebied zonder otter niet compleet is, zijn er in 2011 zes otters uitgezet. Dankzij de verbeterde natuurkwaliteit kan deze toppredator (roofdier aan de top van de voedselketen) hier nu goed leven. It Fryske Gea blijft werken aan de waterkwaliteit, zodat de otter hier nooit weer weg wil. Momenteel schatten onderzoekers dat er hier circa tien otters leven. Omdat ze ’s nachts actief zijn, is de kans ze overdag te zien heel klein. Maar houd uw ogen open, je weet maar nooit…! Mocht u de otter niet treffen, neem dan een kijkje in het bezoekerscentrum. Daar kunt u een (opgezette) otter en webcambeelden van de otters in De Alde Feanen bekijken

3.Vispassage

Rechts van u ziet u een zogeheten vispassage (wit betonnen vlak tussen het fietspad). Een vispassage is belangrijk voor vissen. Door middel van deze vispassage kunnen vissen vanuit het open water door zwemmen naar kleinere wateren. Hier vinden de vissen rust-, maar ook paaiplaatsen.

Vissen die hier voorkomen zijn: Alver, Baars, Blankvoorn, Brasem, Kolbei, Paling, Pos, Rieviergordel, Ruisvoorn, Snoek, Snoekbaars, Winde en Zeelt.

4. Saiter Polder

Deze polder hier links ligt duidelijk een stuk lager dan het water waar u nu op vaart. Door de omliggende dijk en een gemaal blijft de polder droog. Vroeger werden zulke landbouwpoldertjes met molens droog gehouden, nu gebeurt dat vooral met elektrische gemaaltjes.

5. Alde Dwinger

Dit ruigere gebied hier rechts was vroeger de vuilstort van Leeuwarden. Tot aan het begin van de 20ste eeuw is het huisvuil van de stad Leeuwarden hier met boten aangevoerd. Daardoor ligt het land ook hoger dan de omgeving. Er groeien prachtige fruitbomen, waarschijnlijk aangevoerd met het huisvuil vroeger. 

6. Monument uit de WOII

Hier rechts is in de tweede wereldoorlog een bommenwerper (Lancaster) neergestort. Het grootste deel van dit vliegtuig ligt er nog steeds. Het was één van de bommenwerpers die aan de luchtaanval van de Britten op Bremen in september in 1942 mee zou doen. Even na middernacht steeg deze “Lancaster” bij Syerston op. Het toestel, met zeven bemanningsleden aan boord, heeft het doelwit niet gehaald.
Ter hoogte van de Friese Waddeneilanden kwam de Lancaster in de problemen. Het Duitse luchtafweergeschut op de eilanden vuurde hevig en wist het vliegtuig te raken. Door brand aan boord vielen twee motoren uit, het vliegtuig was nauwelijks nog te besturen. De piloot gaf zijn bemanningsleden opdracht het hevig brandende vliegtuig te verlaten. Vijf parachutisten kwamen in de omgeving van De Alde Feanen naar beneden. Eén van hen overleefde de sprong niet. Hij is gevonden in een sloot bij Earnewâld en ligt daar op het kerkhof begraven. De vier overige parachutisten overleefden. Piloot Peter Joslin bleef zelf aan boord. Zijn verminkte stoffelijke overschot werd op de crashlocatie geborgen en op 7 september 1942 onder grote publieke belangstelling ter aarde besteld op de algemene begraafplaats van Warten. Het lichaam van het zevende bemanningslid is nooit gevonden. 

7. Vogelhut Lytse Saiterpolder

Deze vogelhut is alleen vanaf het water bereikbaar en is daardoor een écht rustige plek om van de vogelrijkdom te genieten. Ontdek de bewoners van het ondiepe water van de Lytse Saiter (aan de rechterkant). Veel soorten eenden en in de winter ganzen, vinden hier een veilige rustplaats. Ook de grote zilverreiger (foto) is hier geregeld te zien. Het water beschermt de vogels tegen landroofdieren zoals de vos. 

8. Huisje kluizenaarsstel Sietse en Maaike

Hier recht vooruit stond vroeger het huisje van Sietse en Maaike. Zij leefden als kluizenaars geïsoleerd in De Alde Feanen. Bij hoog water in de winter woonden zijn met geit en schaap op zolder. Het huisje dat je nu ziet is een later gebouwde recreatiewoning, maar de naam Sietse-Maaike refereert nog steeds aan dit markante stel. Vaar de sloot in links van het huis. Dit is de “Sietse-Maaike Sleat”.

9. Petgaten Sietse-Maaike Sleat

De Alde Feanen is ontstaan door veenwinning in het verleden. Het gedroogde veen diende als turf als brandstof voor de kachel en oven. Rond 1700 gebeurde dat vrij kleinschalig met smalle en ondiepe waterpartijen en brede stroken land, waar het veen op te drogen werd gelegd. Dat patroon is hier links goed te zien (zie ook luchtfoto). Eerst was de turf nog vooral voor eigen gebruik van bewoners. Deze kleinschalige methode werd tot in de 18e eeuw in De Alde Feanen toegepast. Op de afbeelding zie je de langgerekte petgaten structuur heel duidelijk.

Tip: kijk links eens in die hoge bomen verderop. Hier rusten vaak grote groepen grote zilverreigers. Een prachtig gezicht! 

10. Recreatiewoningen

In de jaren 30 van de vorige eeuw ontdekten de eerste welgestelden de recreatieve mogelijkheden van dit gebied. Gedurende deze route zie je dan ook tientallen recreatiewoningen. Ze worden niet permanent bewoond. Bijzonder is dat een groot deel van de woningen in de afgelegen delen van De Alde Feanen geen gas, elektriciteit en water hebben. De elektriciteit wekken ze dan op met een aggregaat of zonnepanelen. Drinkwater wordt met een boot aangevoerd.

11. Rânsleat moerasbos

Je vaart nu langs een moerasbos, onmisbaar voor dit gebied. Dit bos hier is ongeveer 60 jaar oud. Tijdens Tweede Wereldoorlog is bijna al het hout uit De Alde Feanen gekapt en in de kachel beland. De bomen die hier groeien houden van natte voeten; Wilg en Els zie je massaal. Deze vochtige moerasbossen zijn rijk aan paddenstoelen en er broeden bijzondere bosvogels zoals de grote bonte specht. Luister eens, hoor je hem timmeren? Ook roofvogels als de havik, sperwer en buizerd (foto) tref je hier. 

12. Rânsleat Princenhof

Het gebied hier links heet de Princenhof. Deze naam stamt uit de tijd dat de Prinsen van Oranje hier jaagden. Dit gebied was tevens de eerste aankoop van natuurbeheerder It Fryske Gea in 1934. In de loop der jaren is het bezit van deze natuurvereniging in De Alde Feanen uitgebreid, momenteel beheert ze hier ruim 4.000 ha natuur. Dat zijn dus bijna 5.000 voetbalvelden aan natuur!

13. Kop van Jacobi

Even de benen strekken? Dan is dit een mooie beschutte plek om aan te leggen. Dit land was in de 20e eeuw eigendom van Anne Jelkes Jacobi. Over de naam Kop van Jacobi gaan vele volksverhalen de ronde. 

14. Vogelhut Aalscholverskolonie

Hier heb je uitzicht op de aalscholverkolonie in de verte. Kijk maar eens goed naar de witte boomtoppen achter de vogelhut. Van februari tot mei broeden hier honderden paren aalscholvers. De bomen zijn wit, en deels dood, door de vele poep van deze visetende vogels. De aalscholver eet per dag wel een halve kilo vis. Ze vangen de vissen duikend onder water. Na het vissen zie je ze vaak met uitgespreide vleugels op een paal of aan de wal hun vleugels drogen. 

15. Princedyk

De Princedyk (Prinsendijk) hier rechts was honderden jaren geleden een belangrijke toegangsweg naar De Alde Feanen. Jagers (waaronder de Prinsen van Oranje), vissers en veenarbeiders trokken vroeger via deze weg tot in de kern van het moeras. 

16. Spinnenkop Folkertssleat

De molen recht vooruit is een spinnenkopmolen. Dit type gebruikt men vroeger in Fryslân om kleine poldertjes droog te malen. Na de veenwinning kwamen er om deze poldertjes dijken heen. De spinnenkopmolen hielp hierbij met het droogleggen. Als het droog genoeg was konden boeren het gebruiken om vee te weiden of als hooiland. De molens worden nu nog steeds gebruikt voor het waterbeheer. Naast de spinnenkopmolen zie je hier in het gebied ook veel Amerikaanse windmolens (zie foto).  

17. Polder Laban

Kijk hier eens rechts. Deze polder ligt een stuk lager in het landschap. Vroeger stond hij dan ook onder water in de winter. Dit was het geval in een groot deel van het lage midden van Fryslân, dat natuurlijk niet voor niets zo heet. Je kunt het je bijna niet meer voorstellen, maar aan het begin van de 20e eeuw stonden 10.000 hectares van Fryslân in de winter onder water. Tegenwoordig is Polder Laban natuurgebied en in beheer bij It Fryske Gea. In de zomer graast hier vee van lokale boeren. In het voorjaar spot je hier vele weidevogels als de grutto, tureluur, kievit en scholekster. 

18. Rêngerspôle

Dit eilandje hier aan de rand van het Nationaal Park heet de Rêngerspôle. Het is speciaal ingericht voor de recreatie, je mag hier gratis overnachten met je boot of met een bijzettentje. Even de benen strekken? Hierop het eiland kun je een mooi rondje lopen van zo’n 1,5 kilometer.

19. Wyldlannen. Hoogste aantal grutto’s van Nederland

Links ziet u de laaggelegen polder Wyldlannen. ’s Winters staat deze polder onder water. U kijkt naar een bijzonder gebied, want dit is één van de beste weidevogelgebieden van Nederland. In 2016 zijn er tijdens de slaapplaatstelling 5.100 grutto’s geteld, een ontzettend hoog aantal! Het jaar daarvoor stond dit gebied ook al op nummer 1 als meest bezochte slaapplaats door grutto’s van heel Nederland.

Rechts van u staat ook een zwaluwwand. Deze wand gebruiken de vogels om te broeden.

Verder is dit een gebied waar veel reeën te zien zijn. Kijk dus goed om u heen en wellicht spot u één (of meer)!

20. Natuurontwikkeling Swette de Burd

Het gebied rechts heet De Burd. Het heeft nu nog deels een agrarische bestemming, maar sinds 2012 loopt er een herinrichting waarbij de bestemming veranderd naar agrarisch natuurgebied. De verandering zit het vooral in het goed beheersen van het waterpeil, waardoor het hier zeer aantrekkelijk wordt voor weidevogels. In het voorjaar tref je hier met een beetje geluk de kievit, grutto, tureluur en gele kwikstaart.
Maar dat is niet het enige! De Burd is kleinschalig verkaveld, kijk maar eens naar alle kleine weilandjes. Hierdoor is het van grote cultuurhistorische waarde. Op deze luchtfoto is de kleinschalige verdeling van weilandjes goed zichtbaar.

21. Lange Sâne

Deze strook land hier rechts staat ’s winters onder water. Hierdoor groeien er heel bijzondere planten. Zo kleurt dit veld in het voorjaar geel van de honderden dotterbloemen (foto) en wat later paars van de pinksterbloemen en koekoeksbloemen. Ook vogels die van natte voeten houden (plas dras) zoals de grutto, tureluur en kemphaan zie je hier geregeld. 

22. Grutte Krite

Welkom op het ruime sop! Deze grote plas heet de Grutte Krite. Hij is ontstaan aan het eind van de veenwinning (rond 1850). In die tijd werd veel grootschaliger veen gebaggerd, volgens de Gieterse methode. In die tijd gingen veel veenarbeiders uit de omgeving van Giethoorn in De Alde Feanen wonen om hier aan de slag te gaan. Door deze intensieve methode van turfwinning bleven er slechts zeer smalle strookjes land over om het veen op te drogen. Door de golfslag zijn deze stroken later deels weggeslagen, hierdoor ontstond deze grote plas. Her en der zie je nog restanten van die oude stoken land. Op de afbeelding zie je hoe de veenarbeiders volgens de Gieterse methode te werk gingen. 

23. Uitkijktoren Romsicht

Zie je daar rechts die hoge uitkijktoren? Die is echt een bezoekje waard. Hij heet Romsicht en dat is niet voor niets. Vanuit de toren heb je een ontzettend weids uitzicht over een groot deel van het Nationaal Park. De toren is maar liefst 13 meter hoog, daardoor kun je geweldig vogels waarnemen in de Jan Durkspolder en De Alde Feanen. Het riet van het dak komt uit de polder zelf. Wat bijzonder is is dat de toren is gebouwd op het fundament van een boerderij, genaamd “Romsicht”. De boerderij is in 1967 afgebroken.

Dit was het laatste punt. Vaar je terug naar het bezoekerscentrum, maar kun je geen genoeg krijgen van dit gebied? Neem dan vooral een kijkje in het bezoekerscentrum. Daar kun je veel dieren die je nu niet hebt gezien nog opgezet aanschouwen. Vaker op pad? Informeer dan naar wandel- of fietsroutes. Voor gezinnen zijn er voor alle leeftijden rugzakroutes uitgezet. Hiermee beleven kinderen op een actieve manier de natuur. En over actief gesproken, in de tuin bij het bezoekerscentrum staat een heuse klim- en klauterbaan. Slinger daar vooral nog even aan de touwen en neem een kijkje bij de bijenstal. 

Vaarroute Alde Feanen